De ontwikkelingen ván en binnen het kasteelcomplex sinds 21 december 1994

 

Aan het eind van mijn eerste bijdrage over de ontwikkeling van: “Een kasteel in Geldrop” naar de “Stichting Landgoed Kasteel Geldrop” vertelde ik dat veranderingen rond dit thema in de loop van het bestaan van de Stichting zouden worden beschreven in de volgende aflevering(-en) die ik voor u zou verzorgen.

Vooropgesteld: iedere organisatie of instelling verandert voortdurend in de loop van haar bestaan onder druk van veranderingen in de omgeving, samenleving, actuele situatie en vaak ook op grond van nieuwe inzichten. Het zal duidelijk zijn dat de Stichting Kasteel Geldrop (SKG) vanaf haar oprichtingsdatum op 21 december 1994 en voorts vanaf de levering van het kasteelcomplex door de gemeente aan de Stichting op 30 december 1996, aan de nodige veranderingen onderhevig is geweest. Daarnaast herhaal ik de mededeling dat er wordt gezegd dat ambtelijke molens langzaam draaien. In het volgende stuk zal dat ook blijken uit mijn “reconstructie” van het proces van verzelfstandiging van de Stichting kasteel Geldrop. Indicatie hiervoor is het feit dat het SKG bestuur in de loop van september 1998 een begin wil maken met de verbouwing van de boerderij en orangerie. Daarbij zijn procedurele en “flankerende” zaken geweest die remmend op het proces hebben gewerkt, zoals de vergunningen (met uitgebreide informatie t.b.v. goedkeuring) de status van de oranjerie als potentieel monument. Op dat moment is dat bouwwerk nog geen (rijks)monument en krijgt de SKG dus geen subsidie.

 

DE OPMAAT

Opmerkelijk is het feit dat de Stichting Kasteel Geldrop ( SKG) al zo’n twee jaar bestond voordat het complex door de gemeente is overgedragen aan de Stichting. Vóór en in dat jaar 1996 had de SKG al enkele belangrijke beslissingen genomen. Belangrijkst is natuurlijk het passeren van de Stichtingsakte. Dit wordt in gang gezet door de gemeentelijke afdeling Juridische Zaken. Voorts moet een aantal zaken worden afgewerkt: wisseling van voorzitter: burgemeester Leijten zal het voorzitterschap overdragen aan de heer Ir. Cees Kooij. Ook geeft het vinden van een secretaris gehoor aan de wens van de burgemeester om zoveel mogelijk “los” van het gemeentecircuit te kunnen opereren. Een waarnemer tot 1 januari 1995 is de heer Van Asten, gemeente-ambtenaar,die tijdens de “aanloopperiode” de functie al heeft waargenomen. Uiteindelijk wordt de heer Bert van Leijsen bereid gevonden om de functie van secretaris te gaan vervullen.

Ook moeten de gebruikers van het kasteelcomplex worden geïnformeerd dat de stichting de rechtsopvolger is van de gemeente, de huur van de moestuin moet worden opgezegd bij de gebruikers daarvan en er moeten persberichten worden voorbereid. De Algemene Nederlandse Vrouwenbeweging “Arbeid Adelt” doet alsnog het verzoek om het kasteel te mogen gebruiken, “evenals andere jaren”. Dit verzoek wordt toegestaan voor het jaar 1995. Verder zijn er vragen rond de huisvesting van het IVN afd. Geldrop, onderhoud van het Kasteelpark en de verbouwing van het Kasteel.

Helaas, zo wordt regelmatig in de notulen vermeld, kan de overdracht van het Kasteelcomplex niet meer in 1995 plaatsvinden, dat gebeurt pas effectief met de akte van levering op 30 december 1996.

Aldus zal deze bijdrage gaan over gebeurtenissen en situaties die min of meer direct van invloed zijn geweest op het besturen, beheren en exploiteren van het kasteelcomplex.

De informatie die ik daarover heb kunnen vergaren komt vooral uit de vergaderverslagen van het Stichtingsbestuur.

In dat perspectief heb ik gekozen een aantal onderwerpen te behandelen, meestal in combinatie met elkaar omdat ze te allen tijde elkaar wederzijds hebben beïnvloed en niet onafhankelijk van elkaar hebben gewerkt. Maar soms, indien nodig, wordt er separaat aandacht aan ze besteed. In deze bijdrage komen -variërend van vaak tot zo nu en dan- diverse onderwerpen aan de orde zoals de problematiek rond Stichting Ander Werk, de Kinderboerderij, het Bestuur, de Stichting Vrienden, de groei naar een Landgoed, de vrijwilligers en de catering.

 

DE STICHTING “ANDER WERK”

De Stichting “Ander Werk” (SAW), een door de gemeente gesubsidieerde organisatie gebaseerd op het aanbieden van arbeidsplekken voor mensen met een (ruime) afstand tot de arbeidsmarkt. We noemen in dit verband ook de eerder ter beschikking gestelde “Melkertbanen” en de instelling van een zg. Banenpool.

De verantwoordelijkheid van de SAW lag bij de gemeente. De mensen van die SAW hadden hun taken in de kasteeltuin, -park en ecologische groentetuin en boomgaard. Later kwam daar ook nog de kinderboerderij bij. De activiteiten voor de Kinderboerderij bleven gehandhaafd na de privatisering, maar de verantwoordelijkheid voor de SAW bleef bij de gemeente. En daar lag al de kiem voor problemen. De “integratie” van activiteiten door SAW met die van de Stichting Kasteel Geldrop bleek geen gelukkige. De subsidie van de gemeente aan SAW dreigde vanwege de overdracht terug te lopen en de Stichting Kasteel kon e.e.a. niet of nauwelijks financieren. De twee gescheiden verantwoordelijkheden “schuurden” langs elkaar. Zo bleek het bestuur van Kasteel Geldrop niet akkoord te gaan met het idee van B&W om bij de overdracht de SAW een gedeelte van de kasteeltuin toe te wijzen (21e vergadering van bestuur van de SKG) Dit gebeurde mede omdat volgens een rapportage van de gemeentelijke politie dat enkele mensen uit de SAW in de Insectentuin hennep hadden verbouwd. Overigens had de SKG al aan die stichting laten weten dat in november 1995 moestuin/boerderij en evt. kassen moesten zijn ontruimd. De SKG ging er nl. van uit in de loop van de tijd een begin te kunnen maken met de verbouwing van de boerderij en Orangerie. In de loop van 2002 zijn er op de kinderboerderij overigens alleen nog vrijwilligers via SAW verbonden. In wezen bestond de SAW niet meer op het Kasteelcomplex, maar….. het specifieke “cultuurtje” bleef nog steeds aanwezig.

Het blijft aldus min of meer “wringen” tussen de twee stichtingen. De Stichting Kasteel Geldrop is nieuw en wil “vooruit”, maar ook vanwege de uiteenlopende doelstellingen lopen de oude (SAW) en de nieuwe stichting (Kasteel Geldrop) niet met elkaar in de pas. Een scheiding is het gevolg. Dit resulteert uiteindelijk in de overdracht van activa en passiva van de kinderboerderij van de SAW aan een in 2003 nieuw opgerichte organisatie de Stichting “Kinderboerderij Geldrop”.

Met deze overdracht in een Akte van Levering per 21-10-2004 was de SAW een bedrag van 86.939 euro verschuldigd aan de Stichting Kinderboerderij Geldrop. De laatstgenoemde stichting was evenwel nog niet ingeschreven in het handelsregister.

Door de officiële structuur van het exploiteren en beheer van het landgoed wordt vanaf dat moment het bestuur van de Stichting Kinderboerderij in feite gevoerd door het bestuur van de Stichting Kasteel Geldrop. Die situatie bleef gehandhaafd tot augustus 2018………Maar voor het beheer moest de SKG het over een andere boeg gooien.

De Stichting Kinderboerderij Geldrop werd vanaf 2005 in eerste instantie beheerd door min of meer gemotiveerde vrijwilligers en/of oud-medewerkers van de SAW die gedetacheerd waren bij de SKG. Het beheer vergde echter nogal veel tijd en energie, zodat een andere oplossing moest worden gezocht. Die oplossing werd allereerst gevonden in de inzet van één van de medewerkers die verantwoordelijk waren voor de huidige Baron z’n Hof. Dat bleek echter niet de beste greep, vooral omdat betrokkene, ondanks zijn voortreffelijke inzet en motivatie, geen ervaring had met dieren, noch een managementopleiding en -ervaring had. Er moest een professionele beheerder komen, opgeleid als beheerder van een kinderboerderij. Maar……wie zou dat betalen ? Uiteindelijk heeft de gemeente na een dringend verzoek van het Bestuur van de SKG een extra subsidie verleend om een dergelijke kracht aan te trekken. Intussen is die vacature goed vervuld met 100% gekwalificeerd personeel. De opleiding van de beheerders is gefinancierd door de Stichting Kasteel Geldrop.

 

BESTUURLIJKE VERANDERINGEN

Op 24 september 1996 besluit het bestuur van de SKG met algemene stemmen om een artikel in de dan geldende tekst van de statuten te veranderen. De geldende tekst stelde dat er één bestuurslid afkomstig zou moeten zijn uit het College van burgemeester en wethouders en één uit de Stichting Brabantse Kastelen te Helvoirt. De zeer expliciete en pertinente herkomst van die twee bestuursleden betekende in feite een tè nauw omschreven “leveringsplicht” voor zowel de gemeente als voor de Stichting Brabantse Kastelen. Het voorstel wordt gewijzigd in de zin dat één lid wordt “voorgedragen door het college van B&W Geldrop en een lid door de Stichting Brabantse Kastelen (SBK) te Helvoirt”. Deze tekst biedt een “rijkere visvijver” voor de twee “leveranciers”, met dien verstande dat de gemeente Geldrop een kandidaat uit haar Raad zal voorstellen (29e vergadering dd. 18 maart 1997). Dat wordt m.i.v. maart 1997 de heer H. v.d. Eijnden.

Nota Bene: Elke organisatie kent zijn basisreglementen (bijv. Statuten) en verdere regeltjes en gewoontes. Veranderingen zorgen er enerzijds voor dat ook de basis, die regelgeving en gewoontes (deels of geheel) aangepast moeten worden. Anderzijds zorgen die veranderingen er ook vaak voor dat de regels als minder noodzakelijk of minder dwingend worden ervaren. Dan vervagen ze, worden minder strak nageleefd en/of gehandhaafd. In voorkomend geval verdwijnen ze, vaak uit gewoonte of uit gemakzucht, zelfs geheel uit het gedachtengoed van de mensen die in die organisatie werken.

In het geval van de SKG zie je dat ook gebeuren door de jaren heen. In de verdere praktijk nl. werd de procedure m.b.t. de voordracht van kandidaten door de jaren heen steeds minder belastend voor B&W en de SBK : het bestuur van de SKG legt de naam van een door haar geschikte kandidaat aan B&W ter goedkeuring voor, de SBK wordt achteraf geïnformeerd over het aangestelde bestuurslid. (Einde NB)

Maar voordat het zover was, waarschijnlijk vanwege de komende beslissingen door de SKG ( op 27 december 1996) en ook onder invloed van genoemde wijziging in de statuten, schrijft de heer Leijten, burgemeester van Geldrop, een brief. Daarin meldt hij dat hij met ingang van 18 december 1996 ontslag neemt als bestuurslid van de SKG. Hij wordt, zo deelt hij ter vergadering mondeling mee, door de politiek niet in staat gesteld het lidmaatschap van het bestuur van de SKG voort te zetten.

Negen dagen later, op vrijdag 27 december 1996, gaat het bestuur van de SKG akkoord met de aankoop van het kasteelcomplex Geldrop en met de overeenkomst tot overdracht van het kasteelcomplex aan de SKG, overeengekomen met de gemeente op 17 augustus 1995.

Het klimaat tussen het bestuur van de SKG en de gemeente wordt in de loop van de tijd enigszins verstoord omdat, zoals ik al eens eerder beschreef, meerdere afdelingen zich met het kasteel bezighielden en er geen eenduidig beleid duidelijk werd. Een heel belangrijke eis van de SKG was daarom om één persoon/functionaris op te dragen die de zaken rond het kasteel behartigt, die daarover aanspreekbaar is en die geen last heeft van onverenigbaarheid of botsing van belangen.

In de bestuursvergadering van de SKG van 1 september 1998 wordt derhalve besloten om slechts aan te blijven indien de gemeente aan deze (en meerdere) eisen kan voldoen. In wezen verklaart het bestuur zich daarmee demissionair.

In november 1998 wordt voorgesteld om in de Statuten alle bepalingen die de zelfstandigheid van DE SKG beperken te schrappen. Zo verdwijnt o.m. de voorwaarde dat er één bestuurslid zal worden aangewezen door de Stichting Brabantse Kastelen. Het gehele bestuur gaat akkoord. Uit de akte van levering worden alle artikelen gehaald c.q. gewijzigd die op dat moment in de gebruikersovereenkomsten en meerjarenbudgetten zijn vastgelegd. Het bestuur blijft en gaat door……….

Héél belangrijk voor het Bestuur is in 1999 de vraag of Geldrop bij Eindhoven zal gaan behoren…… Uiteindelijk gaat dat niet door, maar volgt (t.z.t.) een fusie met Mierlo.

Grote plannen voor de komende periode behelzen structureel regelmatige publiciteit in plaatselijke media via de beheerders en het ombouwen van de moestuin tot een bloementuin (i.c. de latere Baron z’n Hof).

In de relatie met de gemeente komt in de loop van 2000 nauwelijks verbetering. Er zijn nog steeds tegengestelde wensen, opvattingen en ideeën. Het overleg daarentegen vindt doorgaans in een goede sfeer en met constructief (mee)denken plaats. De gemeente heeft een probleem: ze weet niet (precies) wat ze wil (13-12-2000) de SKG heeft voorts een andere volgorde van restauratie van diverse (bij)ge- bouwen in gedachte dan de gemeente en voelt zich te strak gehouden aan het contract door de gemeente. De (ver)huur van Helze 6 ligt als een steen op de maag van beide partijen.

De financiële positie en mogelijkheden van de SKG baren het bestuur grote zorgen, vooral zo luiden de notulen, vanwege de bezuinigingen binnen de gemeente. Het bestuur beraadt zich en zoekt in die tijden naar andere mogelijkheden. Teruggave van het kasteelcomplex aan de gemeente vindt het niet opportuun. Dat zou een bewijs van onvermogen zijn en dat wil het bestuur DE SKG niet over zichzelf afroepen.

Inmiddels is Cees Kooij in maart 2001 afgetreden als voorzitter. Hij wordt per 1 mei 2001 opgevolgd door de secretaris van het bestuur Toon van Engelen. Die voorzitter, is “kind van Geldrop” en heeft in dat dorp van “hoog tot laag” en “van links tot rechts” zijn netwerken. Dit levert voor het kasteel in de loop van de tijd veel voordeel op. Hij blijft als voorzitter zo’n 11 jaren werkzaam. Het bestuur gaat daarmee voorbij aan de statuten die immers eisen stellen aan aspecten van herverkiezing en de verblijfsduur als bestuurslid. Echter, in het licht van het tijdsgewricht en datgene wat er toen inhoudelijk aan de hand was (het horecaproject bijvoorbeeld) valt n.m.m. deze verblijfsduur achteraf te billijken.

Belangrijk voor de Stichting Kasteel is het feit dat het kasteelcomplex in 2000 door het ministerie tot “Buitenplaats” is “bevorderd” en dat geeft zicht en hoop op rijkssubsidie, ook voor de bijgebouwen. Veel kosten gaan onder de rijkssubsidieregeling vallen. Een zéér goede ontwikkeling.

Toch houdt DE SKG een fiks probleem met financiën voor 2002 verwacht de penningmester een tekort van € 23.000

Er komt een echtpaar, Cill Neggers en John Schoolmeesters, om de tuin te gaan veranderen in bloemen/rozentuin. Zij gaan voortvarend aan de slag. De tuin wordt omgedoopt tot de Baron z’n Hof en wordt een geweldig mooie siertuin. Mede dankzij de fotografische talenten van John gaat die siertuin nu de wereld rond via de social media. Er komen zelfs buitenlanders d’n Hof bewonderen. En terecht!

Tevens start, na het vertrek van het echtpaar Sleddens als beheerders, de heer Bart Klomp per 6 september 2002 als beheerder van het complex Kasteel Geldrop.

Na vele gesprekken, beraadslagingen, voorstellen en wijzigingen is er een visie voor de verbouwing van de Boerderij en Oranjerie: het Horecaproject van SKG. Het plan is voorbesproken met de burgemeester Leijten die in beginsel akkoord is. Een gesprek van de voorzitter van de SKG met de burgemeester resulteerde ook in de mededeling dat de gemeente € 226.000 heeft gereserveerd als restauratiesubsidie.

In juli 2003 wordt door de gemeenteraad de lening aan de SKG voor het Horecaproject goedgekeurd. Er komt een projectplanning door Jan Vellekoop, nieuw bestuurslid sinds de bestuursvergadering van 23 oktober 2002. Hij bouwt verder mee aan de plannen om m.n. de bijgebouwen zoals de paardenstal/koetshuis te restaureren.

Op 16 juli 2003 is Eugene Franken, bouwkundig ingenieur te gast in een bestuursvergadering. Hij gaat het bestuur adviseren in het project Horeca. Vanuit het bestuur is dan een zogenoemde Bouwcommissie actief die gaarne gebruik maakt van de expertise van Franken. Na afronding van het Horecaproject blijft Franken als secretaris in het bestuur van de Stichting Kasteel Geldrop werkzaam als opvolger van Jan van Brussel.

Het project Horeca wordt in januari van 2008 opgeleverd en wordt de Kasteelhoeve feestelijk geopend. Daarmee is aan een wens van het bestuur van de SKG voldaan: je kunt lekker lunchen, recipiëren en feesten in de hoeve, op het kasteelcomplex.

De Kasteelhoeve wordt de eerste jaren gedreven door de firma Hutten, een uitstekende cateraar die een 10-jarig contract met de SKG aangaat. Tussen de SKG en Hutten is een verdeelsleutel van omzet en winst overeengekomen. Hoewel aanvankelijk de cijfers voor Hutten en de SKG er rooskleurig uitzagen worden cijfers allengs minder positief en verzoekt Hutten in 2013, na wat strubbelingen in de voorafgaande jaren, om ontbinding van zijn contract met de SKG. Allereerst vraagt men in het bestuur zich af “waarom” en “hoezo”? Een aantal discussies later komt men tot de conclusie dat Hutten een uitstekende cateraar is, maar dat het exploiteren van een paviljoen met terras, zoals de Hoeve, met afgesproken openingstijden, een vlottende klandizie en met “vast” en “flexibel” personeel toch andere eisen stelt dan die welke gelden voor een “echte” uitbater. Over de cateraar Hutten was men zéér tevreden, als uitbater van de Hoeve bleek dat minder te zijn……

Hutten stelt voor om Veronique van Raamsdonk (familielid) met haar partner (en latere echtgenoot) Luuk Zonneveld de Hoeve te laten exploiteren. Zij hebben beiden de juiste studies (Hogere Hotelschool) achter de rug en staan te trappelen om de Hoeve “over te nemen”. Híj blijft garant staan voor hun eerste drie jaren.

Toon van Engelen wordt in augustus van 2013 80 jaar en besluit terug te treden als voorzitter en bestuurslid van de Stichting Kasteel Geldrop. Het bestuur vraagt Ton Klumper hem op te volgen.

De overname van de Kasteel Hoeve is een eerste testcase voor Ton als nieuwe voorzitter. Aangetreden per 1 september 2013 rondt hij samen met Jan Vellekoop de deal met Veronique en Luuk af. Deze laatsten gaan zeer goed van start, ze zijn creatief in de bedrijfsvoering en trefzekerder in de keuze van medewerkers voor een restaurant.

Op voorstel van Jan Zurink, de toenmalige penningmeester en Ton Klumper zelf wordt het beloningsbeleid van de SKG aangepast. Tot dan toe werden de salarissen van de vaste medewerkers aangepast met een percentuele verhoging “in de pas” met zowel de inflatie als de aanpassing van de salarissen van ambtenaren. Er bestonden geen specifieke salarisschalen voor het vaste personeel van de SKG. Wel werden er jaarlijks bonussen gegeven. Op grond van “iets” dat met een “gevoel voor verhoudingen en zwaarte van de functies” te maken had. Niet het stevigste fundament voor een passend en rechtvaardig honoreringsbeleid……..

Het voorstel van Zurink en Klumper zette een systeem neer op grond van functiebeschrijvingen in de CAO-wereld van o.a. gemeenteambtenaren en tuindersbedrijven. Er staan een aantal goed toepasbare “salarisladders” die per functie zowel minimum- als maximumsalaris kennen, inclusief een “uitloop” bij zéér goede functievervulling. De verhogingen in de ladders worden niet automatisch verleend. Het bestuur oordeelt daarover, vooral op grond van functioneringsgesprekken. Het voorstel wordt aangenomen en effectief per 1 januari 2014.

Voor verdere restauraties van het kasteelcomplex worden in 2014 voorstellen goedgekeurd voor rijksubsidiëring van de schansmuur en de oranjerie.

Inmiddels is voormalig voorzitter Toon van Engelen uitgenodigd om een werkgroep te leiden die in september 2014 de viering van de bevrijding van Geldrop (en Mierlo) gaat organiseren. De werkgroep is groot: 12 personen. Er staan een expositie in het kasteel, een rondrit met klassiek materieel en een parachutesprong op de agenda. Er is contact met een verzamelaar in Loosdrecht om interessant materiaal voor de expositie uit te lenen. De expositie en de verdere viering van de bevrijding zijn een succes. De parachutesprong met een z.g. “partnersprong” van een dame en rondrit daarna met klassieke legervoertuigen zijn beide publiektrekkers. Het schitterende weer op die dagen werkte intens mee.

Rond deze tijd is vanuit IVN ook een nieuw project opgezet samen met Harry Peters, de Zintuigentuin. Het is vooral gericht op (oudere) kinderen, voor wie de kinderboerderij eigenlijk al te “kinderachtig” is. Harry is zéér gedreven, en haalt bij vele instanties en organisaties toezeggingen voor geldelijke bijdragen op. Hij wint daarnaast nog een paar (geld)prijzen en eervolle vermeldingen voor de Zintuigentuin. Het bestuur heeft veel respect en waardering voor datgene wat er in de Zintuigentuin tot stand is en wordt gebracht.

Na goede gesprekken met Harry Peters besluit het bestuur, in samenwerking met Harry om de Zintuigentuin op te nemen in het geheel van het landgoed. Deze tuin is nu een geïntegreerd deel van het landgoed Kasteel Geldrop, net als bijvoorbeeld de Baron z’n Hof.

2016: jubileumjaar: 400 jaar

In 2016 bestaat het kasteel in zijn laatste, huidige, vorm 400 jaar, dit is ook af te leiden uit de muurankers aan de achterkant van het kasteel. Dat jubileumjaar wordt goed en uitbundig gevierd. Een hoogtepunt uit dat jaar was de uitgave van een schitterend herdenkingsboek: ”Kasteel Geldrop: een edel verleden”. In dat boek staan, naaste vele waardevolle afbeeldingen en foto’s bijdragen van de directeur-beheerder van de stichting, Bart Klomp en van de secretaris van het bestuur Eugène Franken. Het boek werd in december 2016 uitgereikt aan de laatst levende daadwerkelijke bewoner van het kasteel .Dat was Henk baron van Tuyll van Serooskerken Hij is 100 jaar geworden en overleed relatief kort na het bereiken van die respectabele leeftijd.

Een tweede hoogtepunt was de opvoering van het speciaal voor dit jubileum geschreven toneel-, dans- en zangspel “Vensters” 2016. Het was een lust voor oog en oor hoe professioneel en enthousiast dit spel werd opgevoerd voor de ramen van het kasteel, varend in de gracht eromheen en op de oevers rond het kasteelpark. Het spel door het ZigZag theater beeldde de historie van het kasteel uit en relateerde dat, heel knap, aan de huidige tijd en situatie van het kasteel. Het script was van Rob van Otterdijk en Jan Smeets, de muziek van Bart Klomp, zang door Multif(v)ocaal en Trio Achterum. De spectaculaire dansen, vaak als schaduwen achter de kasteelramen, werden uitgevoerd door de dansgroep van de dansschool Hennes. Het was een indrukwekkend en bovendien een prachtig gezicht.

 

De Stichting Vrienden van Kasteel Geldrop

In de loop van de eerder beschreven ontstaansgeschiedenis van de Stichting Kasteel Geldrop komt regelmatig, maar niet systematisch, een gedachte naar voren om een soort “steunstichting” voor DE SKG op te richten. Dat onderwerp is een aantal keren in de loop van de maanden verschoven. Toch blijft de behoefte om het kasteel, vooral intern, haar “aankleding” te verfraaien. Op 6 juni 2000 is het zover en passeert de oprichtingsakte. De nieuwe stichting is de Stichting Vrienden van Kasteel Geldrop met als doelstelling het verlenen van materiële en immateriële steun aan de SKG door instandhouding van het monument Kasteel, de bijgebouwen en het omliggende park, de inrichting van het kasteel en de ontplooiing van culturele en andere activiteiten in het kasteel complex t.b.v. een breed publiek. De bijdrage van iedere Vriend is tenminste € 50 per jaar.

Het valt op dat de brede doelstelling grotendeels ook de doelstelling van de SKG overlapt, maar het gaat in wezen om de bijdrage en steun aan het werk van de SKG; met recht een STEUN-stichting ! Gewoon derhalve een onderdeel van de SKG. Benoemingen in het Vriendenbestuur, jaarstukken van de Vrienden worden ter goedkeuring voorgelegd aan het bestuur van DE SKG. Voor beleid en benoemingen is instemming van het bestuur van de SKG nodig.

In eerste instantie wordt het doel van de Vrienden snel en goed bereikt. De verdere aankleding en andere behoeften van DE SKG zijn snel gedefinieerd. Zo is er o.a. behoefte aan een trapbekleding, vloerbedekking in de stijlkamers en, om het kasteel voor de buitenwereld zichtbaarder te maken is er de externe verlichting, de “aanlichting” van het gebouw. De Stichting Vrienden floreert kortom in den beginne omdat er nog zoveel te doen is, te verfraaien en in te richten. DE SKG en de Vrienden besluiten samen wat en waar e.e.a. moet gebeuren. De activiteiten worden uitgevoerd door DE SKG en de Vrienden. De voorstellen komen in eerste instantie van de Vrienden, in goede samenspraak en samenwerking met de SKG. Een zeer goed plan was en is het Bomenplan. Dit is gelanceerd omdat het park met oudere begroeiing, soms nog uit 1870, aan opfrissing c.q. vervanging toe is. In samenwerking met gemeente en specialisten is een vervangingsplan van zo’n 150 bomen opgesteld. Iedereen kan één of meer jonge(re) bomen in het park laten planten. Dat kan als particulier, maar ook als vereniging, bedrijf of organisatie. Jammerlijke vertraging ontstond door de wens van o.m. de gemeente om een historisch onderzoek over het park en de tuin te laten doen. Intekenaars wachten tot nu toe tevergeefs op het planten van de bomen en struiken waarvoor ze hebben ingeschreven en meestal al hebben betaald.

Maar voor het zover was, zijn in de loop van de tijd de behoeften van DE SKG minder zichtbaar geworden voor de Vrienden. Dan wordt de signalering min of meer “omgedraaid” of “gekanteld”. DE SKG geeft weliswaar aan wat en waar de behoeften zijn en waar ze liggen. Maar de Vrienden selecteren en kiezen uit de lijst van onderwerpen er één of twee uit. In wezen stellen zij de prioriteiten vast, door al dan niet met de voorstellen van DE SKG akkoord te gaan.

Nota Bene. Met deze “kanteling” stellen de Vrienden in feite de prioriteiten vast, hetgeen een taak van het bestuur van DE SKG is. Ergo: dit soort verschuiving van initiatiefneming en verantwoordelijkheid draagt een paar gevaren in zich. De partij die ooit de “keuzes” heeft gemaakt en deze heeft voorgesteld (de SKG) krijgt een passievere rol opgedrongen. We hebben dat óók hier gezien. Toen de “kanteling” zich had voltrokken kreeg de SKG vanuit de “Vrienden” veel commentaar op haar voorstellen en op haar functioneren. Einde NB.

De aldus ontstane situatie was niet fraai en door allerlei omstandigheden (o.a. de snelle wisseling en waarneming van de voorzittersstoel van de Stichting Vrienden) was de “vergaderdiscipline” snel verdwenen en beleid ging fluctueren en schommelen. Gezamenlijke verbeterpunten in “herstelgesprekken” tussen de SKG en de Stichting Vrienden, met wederzijdse verbeterbeloftes, mochten niet baten.

Een vast beleidspunt van de SKG was dat actieve politici geen kandidaat voor een bestuursfunctie in een van de stichtingen zou mogen zijn. Toen, na de aanstaande verhuizing van de voorzitter de voorzittersfunctie van de Vrienden vacant werd, kwamen de vrienden met een actieve politicus in hun voorstel aan het SKG-bestuur. Het SKG bestuur achtte dit niet juist. Het Vriendenbestuur trad af. In afwachting van komende ontwikkelingen nam het bestuur van de SKG het bestuur van de Stichting Vrienden over en leidde die Stichting binnen in de nieuw op te richten Stichting Landgoed Kasteel Geldrop. Die nieuwe stichting, waartoe naast de SKG en de Stichting Vrienden ook nog de Stichting Kinderboerderij Geldrop is gaan behoren, is sinds juli 2018 effectief d.m.v. de notariële akte. Dan is er de structuur zoals die thans in 2019 bestaat met één Stichting Landgoed kasteel Geldrop

 

2018/2019

In tussentijd staat de certificering van de Kinderboerderij nog steeds “op de rol”. Die certificering, op grond van de landelijk geldende eisen voor kinderboerderijen, is zowel een wens van het bestuur als van de gemeente. Die eisen zijn behoorlijk ingrijpend voor “onze” kinderboerderij. Het DE SKG-bestuur nodigt een viertal architectenbureaus uit om hun visie op en versie van met het bestuur te bespreken. Eén ervan zal door het bestuur worden uitgenodigd om vanuit hun visie een eerste schets (vlekkenplan) te maken van de voorgestelde oplossing.

De voortzetting van dit proces wordt wreed verstoord omdat de kosten van het project voor de nieuwe kinderboerderij worden begroot op een bedrag dat schommelt tussen de € 400.000 en € 700.000. Een nagenoeg onmogelijke “klus” voor de SKG en de gemeente. Het bestuur besluit om de realisatie van een “nieuwe “ kinderboerderij op de langere baan te schuiven c.q. eventuele verbouwingen en/of nieuwbouw in ieder geval ruim gefaseerd uit te voeren. Maar het proces gaat voort………..

De samenstellende stichtingen zijn vanaf april 2019 verenigd in de genoemde stichting die de term Landgoed in zich draagt.

Op 3 mei 2018 vindt de eerste vergadering van de Stichting Landgoed Kasteel Geldrop” plaats.

Deze laatste statutenwijziging droeg nog een belangrijke verandering in zich. De duur van het bestuurslidmaatschap wordt gelimiteerd. Een bestuurslid zijn kan na de eerste 4 jaren worden voortgezet met twee herbenoemingen van 4 jaar. In totaal kan een bestuurslid maximaal 12 jaar als zodanig werkzaam zijn. Daarnaast is de maximale leeftijd voor deelname aan het bestuur aangegeven in de statuten. Met het bereiken van de leeftijd van 75 jaar komt er statutair een einde aan iemands bestuurlijke bemoeienis en inspanningen voor het landgoed……..Gezien het feit dat ondergetekende die leeftijd had bereikt, heeft het bestuur hard gezocht naar een opvolger van mij. Die is gevonden in de veelbelovende persoon van Jos van Lange. Hij aanvaardde het voorzitterschap officieel per 1 augustus 2018.

 

Vrouwen in het bestuur

In de hedendaagse samenleving bestaat de vraag naar deelname van vrouwen in officiële besturen van alle organisatievormen. Het percentage van vrouwen in bestuurs- en toezichthoudende functies is anno 2018/2019 nog steeds te laag.

Het bestuur van de SKG en haar rechtsopvolgers is in die 23 jaar van haar bestaan druk bezig geweest om vrouwen in haar midden te kunnen benoemen. Het is in het laatste decennium redelijk tot goed gelukt. Met de komst van Els Luijerink (lid) en Christien van den Akker (penningmeester) heeft het bestuur twee kwalitatief hoogwaardige dames in hun vak en functie kunnen aanstellen. Zij hebben na de eerdere dames in het “bestuursgezelschap” (mw. Betty Joséphie en mw. Sandy van der Linden) hun beider stempel op het beleid van het bestuur kunnen drukken.

Vooral zij hebben, ieder vanuit hun positie in het bestuur, heel hard “getrokken” aan zowel de Kinderboerderij als het bomenplan. Beide projecten wachten op hun nadere ontwikkelingen en voltooiing.

Het past mij om aan het einde van dit verslag met deze persoonlijk getinte verhandeling, het bestuur en het beheer van het landgoed Kasteel Geldrop veel succes met hun beleid en de uitvoering ervan toe te wensen.

 

Geldrop, 18 februari 2019

Ton Klumper

 

Deel 1:

 

Van een kasteel in Geldrop tot Stichting Kasteel Geldrop

 

Men hoort vaak dat ambtelijke molens langzaam draaien, maar dat dit niet anders zou kunnen om welke reden dan ook.

Het is natuurlijk ook niet “niks” wanneer je als lokale overheid, lees de gemeente Geldrop (later : Geldrop-Mierlo) een landgoed met een echt kasteel onder je beheer hebt. De kosten die je daarvoor moet maken zijn of worden zó hoog dat je die verantwoordelijkheden nu, maar vooral ook in de toekomst, niet meer kunt waar maken. Het is immers zo dat je al heel veel verantwoordelijkheden hebt (of hebt gekregen) die je met de bestaande financiële middelen en met de dan aanwezige mensen moet uitvoeren.

Naast de financiële reden is er een andere belangrijke reden waarom je de verantwoordelijkheid voor een landgoed mèt kasteel moeilijk ècht waar kunt maken. En dat is het feit dat een gemeentelijke organisatie, een beleids- en bestuursorganisatie is waarin de noodzakelijke kennis en ervaring niet, niet precies of niet langer aanwezig zijn. Het beheer, onderhoud, restauratie en verfraaiing van een kasteel vergen specifieke kennis en ervaring in die sector, vergezeld van nodige visie, initiatieven en activiteiten van de kasteeleigenaar. En dat zijn geheel andere kwaliteiten dan die van een gemeentelijke, ambtelijke organisatie. Daarbij zou je in heel grote lijnen kunnen zeggen dat het bij een gemeente gaat om het “algemene en collectieve” en bij een landgoed en kasteel om het “specifieke en bijzondere”

Hoezeer een landgoed met kasteel een dorp of stad ook “siert en opfleurt”, de bestuurders van die gemeente zullen een weg moeten vinden om de nodige kennis, capaciteiten en ervaring te verwerven om verantwoord dat kasteel in de gemeente te handhaven en een functie voor de gemeenschap te laten behouden. En dat kost veel geld…….

In veel gevallen wordt er dan teruggegrepen op de verandering of uitbreiding van de bestemming en functie van het landgoed in de samenleving. Daarvoor zijn een aantal mogelijkheden die onder de zeer brede noemer van privatisering kunnen worden uitgevoerd of het landgoed met kasteel een (geheel) andere bestemming te geven.

In het geval van kasteel Geldrop is ook gekozen voor privatisering, namelijk de overdracht van gebouwen en terreinen naar een aparte, private stichting: de Stichting Landgoed Kasteel Geldrop.

In deze bijdrage wil ik de gang van zaken in het proces van het kasteel in gemeentelijk bezit naar eigendom van de Stichting landgoed Kasteel Geldrop eens onder de loep nemen.

De START

Het proces begon triest genoeg met de dood van douairière Barones Carolina F.H. van Tuyll van Serooskerken – Quarles van Ufford op 17 november 1972. Ingevolge het toen bestaande erfrecht vervielen de eigendommen aan haar drie zonen. Zij hadden met het gezin en later alleen met hun moeder lang in Geldrop in het kasteel gewoond.

Op 28 juni 1974 werd het kasteel voor ruim 1 miljoen gulden verkocht aan de Gemeente Geldrop die, getuige de notariële akte werd vertegenwoordigd door de toenmalige burgemeester Mr. F.J.J. van Lanschot die het eerdere raadsbesluit van 12 februari 1974 over de aankoop uitvoerde. Dat besluit is goedgekeurd op 24 april later in dat jaar door de Gedeputeerde Staten van Noord Brabant.

Bij deze transactie springen een paar dingen in het oog.

  1. Essentieel voor de verdere gang van zaken en positie van ons kasteel in Geldrop is de eis dat de bestemming van het landgoed openbaar moest blijven en vooral niet commercieel. Er mocht dus geen nieuwbouw op worden gepleegd of een grote parkeergelegenheid worden gevestigd en je mocht voor de toegang geen entreegeld heffen. Verder moest het kasteelcomplex worden beschouwd als landgoed in de zin van de Natuurschoonwet van 1928 en werd het een beschermd monument. Deze twee kwalificaties zijn van belang geweest voor de gemeente en later voor de Stichting Kasteel. Op grond daarvan verkreeg ons kasteel vrijstelling van overdrachtsbelasting.
  2. Belangrijk waren ook de artikelen die over de bewoning van een tweetal huizen op het kasteelterrein gingen. Het pand aan de Mierloseweg 3 werd bewoond door de heer A.van Wijgerden met het recht daar gratis te blijven wonen tot zijn dood, en vervolgens staat er in de akte: “Indien de gemeente dit pand door hem wil laten ontruimen, zal aan hem een andere woning door de gemeente moeten worden toegewezen, waarin dit recht van gratis bewoning ook zal moeten gelden”
  3. Aan de huurder van pand Mierloseweg 5, de heer J. van Hoof, werd in overdrachtsakte beloofd dat, indien de woning zou (moeten) worden ontruimd, de gemeente hem een andere, geschikte huurwoning zou moeten toewijzen.
  4. Opmerkelijk tot slot is ook dat “de schoorsteen in de eetkamer niet in deze verkoop is begrepen en door de verkopers zal worden verwijderd”. En dat is tot op de dag van vandaag zo gebleven.

N.B. Het ging om het “Witje” in de eetkamer, nu de blauwe kamer. Het witje is nog steeds één van de interessante aspecten uit ons kasteel. Het is apart verkocht en hangt nog steeds in de blauwe kamer. De schouw is dus niet verwijderd door de verkopers……. Gelukkig maar ! (TK)

Bij de aankoop resp. verkoop van het gehele kasteelcomplex stond het volgende doel de gemeente en ook de familie Van Tuyll van Serooskerken voor ogen: het behoud van het gehele kasteelcomplex ten dienste en ten nutte van de Geldropse gemeenschap in een openbare, niet commerciële sfeer.

 

DE GEMEENTE AAN HET ROER

Na 1974 en in de daarop volgende jaren werd het kasteel gerestaureerd en het park werd gerenoveerd. Door en via de gemeente werd het kasteelcomplex beheerd en werden er diverse activiteiten ondergebracht:

*huwelijksvoltrekkingen, ontvangsten, vergaderingen, exposities, koffieconcerten

*gebruikers waren de gilden en de heemkundekring (oudheidkamer)

* de bijgebouwen werden gebruikt door gemeentepersoneel en -diensten, natuurinformatiecentrum “De Paardenstal”, het IVN, Kinderboerderij.

Opmerkelijk was ook het gebruik van de Orangerie en de kassen door een de Afdeling Groenvoorzieningen van de gemeente. Die afdeling was, wat ons kasteel betreft, verantwoordelijk voor de kasteeltuin en park.

Daartoe was er ook de tuingroep van de Stichting Ander Werk die werd gesubsidieerd door de gemeente.

 

COMMISSIES EN NOTA’s

Voor het beleid en beheer was er sinds 1974 een projectgroep onder voorzitterschap van de burgemeester verantwoordelijk. Die projectgroep bestond uit vertegenwoordigers van diverse afdelingen en disciplines van de ambtelijke organisatie van de gemeente. Deze situatie is tot 1982 gehandhaafd. In dat jaar is de eindverantwoordelijkheid voor het gebouw belegd bij de Afdeling Interne Zaken van de gemeente. Voor overige aspecten van het totale landgoed werden andere afdelingen van de gemeente verantwoordelijk. Voorts werd in 1982 de Commissie Beeldende Kunstbeleid in het leven geroepen, vooral omdat een collectie van de schilder Teun Gijssen in het kasteel werd ondergebracht. Die commissie werd verantwoordelijk om “uitingen en aspecten van de beeldende kunst” toegankelijk te maken voor “brede lagen van de bevolking en dat de betrokkenheid daartoe wordt gestimuleerd”. Tevens adviseerde die commissie t.a.v. kunstexposities in het kasteel.

Het behoeft geen betoog dat het beleid en beheer van het kasteel en het park in deze “wirwar” van gebruikers en verantwoordelijken weinig samenhang en richting vertoonde.

Daarnaast kwam de exploitatie van het kasteel in de loop van de jaren uit op een verlies dat volgens de begroting van 1994 dan op zou lopen tot fl. 413.427,= Vandaar dat er in mei 1989 een nota met “Knelpunten” en “Aanbevelingen” verscheen over het kasteelcomplex.

Belangrijkste knelpunten waren:

  • Het ontbreken van zowel een centraal beleidspunt als een overleggroep
  • Het ontbreken van een overlegstructuur voor de gebruikers
  • Het ontbreken van diverse voorzieningen, die mede voor bezoekers van belang zijn.
  • Het ontbreken van een financieel/zakelijk beleid binnen de mogelijkheden uit het koopcontract van 1974
  • Het isolement van het landgoed, zowel fysiek (alleen bereikbaar via drukke wegen) als in de zin van promotie naar buiten.

Aanbevelingen t.a.v. de knelpunten:

  • Aanstelling van één functionaris voor een centrale coördinatie en advisering, bijgestaan door een permanent overlegorgaan (samen: de commissie) Dat overlegorgaan moet bestaan uit vertegenwoordigers uit diverse disciplines en heeft als doel het beheer en de coördinatie van het in stand houden en/of verbeteren van het kasteelcomplex. Frequentie van vergaderen van de commissie: 1x per kwartaal.
  • De overlegstructuur voor de gebruikers zal één keer per jaar door de commissie moeten worden gevoerd.
  • Advies om in de bedrijfsvoering een kostenplaats “Kasteel” in te stellen.
  • Verdere aanpassingen van het gebouw zoals o.a. entree en sanitaire voorzieningen, huishoudelijke voorzieningen.
  • Verkoop voorlichtingsmateriaal, beperkt restaurant, exposities voor derden, verhuur ruimtes.
  • Bereikbaarheid opnemen in recreatieve fietsroutes en wandelpaden
  • Isolement in de zin van promotie: promoting groep samenstellen via gemeente (voorlichting en juridische zaken)met vertegenwoordiging van VVV, Middenstand Geldrop en Weverijmuseum.

 

In juni 1991 verscheen van de commissie een soort vervolgnota op die van 1989, een evaluatierapport van de eerste jaren zou je kunnen zeggen. De commissie pleitte voor voortzetting van het huidige type gebruik van het kasteelcomplex. Er werd eigenlijk maar één aspect grondig aangepast. Vanwege de vele aanvragen voor het houden van recepties, vergaderingen, cursussen en diners is ontheffing gevraagd van de voorwaarde bij verkoop dat er geen commerciële exploitatie zou plaats vinden op het kasteelcomplex. De familie Van Tuyll heeft die ontheffing verleend met dien verstande dat het karakter van het kasteel in ere moest gelaten en worden voldaan aan de condities voor instandhouding van het monument.

Voor het overige bestonden de aanbevelingen uit aanpassingen, verbeteringen c.q. uitbreiding van de bestaande faciliteiten en voorzieningen en verhoging van de efficiency van het gebruik.

 

DE WEG NAAR PRIVATISERING

Echter nog steeds heeft de gemeente het “voor het zeggen” en het functioneren van het complex wordt gedomineerd en geleid door gemeentelijke instanties en functionarissen.

De gang naar een of andere vorm van privatisering wordt pas ingezet na april 1992, als de werkgroep Kasteel 1990-1992 is ingesteld onder voorzitterschap van de heer Ir. C.(Cees) Kooy en die werkgroep een eindrapport uitbrengt. Dit eindrapport behandelt de situatie t/m mei 1993.

De werkgroep Kasteel heeft haar adviezen vooral ook gebaseerd op een aantal min of meer intensieve gesprekken met, wat genoemd wordt “de gebruikers”.
Het gebruik en het beheer van het landgoed en kasteel is dan doorgelicht.

Het landgoed, zo staat in het rapport, behoeft geen “radicaal ander gebruik” en daarom pleit de werkgroep voor “voortzetting van het huidige gebruik”

De werkgroep vindt dat voor verhuur van de accommodatie t.b.v. “feestvergaderingen, recepties, ontvangsten, diners, e.d.” aan de gebruikers best een commercieel tarief mag worden gevraagd, zij het dat de verhuur met inachtneming van stringente vastgestelde regels zou moeten geschieden.

Voor het kasteel geldt dat de trouwzaal, de blauwe kamer en de panoramazaal in dat verband meerwaarde bezitten en dat het kasteel “de potentiële huurder” iets bijzonderste te bieden heeft.

Sterker nog: “een unieke ambiance die haar gelijke in Geldrop niet kent.” Daarbij geldt nadrukkelijk dat “de verhuuractiviteiten overeen moeten stemmen met het karakter van het monument”

Wil dit allemaal optimaal functioneren dan zal er een heldere omschrijving van het aanbod nodig zijn. Maar dat niet alleen. Ook is er dan behoefte aan een duidelijke prijsstelling, een inzichtelijk verhuurbeleid en een passende organisatie.

Om dit laatste, de passende organisatie, te bereiken komt de werkgroep met een min of meer verrassende aanbeveling, een “duidelijke ombuiging” van het beheer. Het advies daarover luidt om “het kasteel onder te brengen in een Stichting met een Stichtingsbestuur en een beheerder/ondernemer als uitvoerder, rapporterend aan dit bestuur”. Die constructie moet leiden tot “verbetering van kwaliteit en efficiënte exploitatie”

De gemeente stelt de heer A.J. Snippe en mevrouw L.L.J. Snippe-Aalderink aan als beheerdersechtpaar en leent dit paar uit (detacheert) aan een nog op te richten stichting, Stichting Kasteel Geldrop.

De relatie Kasteel en de gemeente wordt vooralsnog versmald tot een zogeheten Dienstcontract onder verantwoording van de directeur Middelen en Ondersteuning van de gemeente

In dat contract zijn taak- en outputdoelstellingen voor de kasteelorganisatie beschreven.

De privatisering van de Stichting Kasteel is daarmee in volle gang gezet.

 

DE OVERDRACHT VAN DE GEMEENTE AAN DE STICHTING KASTEEL

Op 9 september 1993 is een voorstel van B&W aan de orde om de exploitatie van het kasteelcomplex aan de inmiddels nog niet officieel opgerichte stichting “Kasteel Geldrop”. Dat voorstel wordt gedeeltelijk aangenomen en gedeeltelijk teruggenomen. In de bij het voorstel gevoegde concept-statuten en concept-overdrachtsovereenkomst zaten nog elementen die een bezwaar vormden voor de raad. Belangrijke zwakheid in personeelsparagraaf vond de raad dat eenmaal benoemde bestuursleden tot in lengte van jaren bestuurslid konden blijven. “Ondemocratisch” zo oordeelde de toenmalige raad. Ook de gestelde leeftijdsgrens van 70 jaar was een struikelblok voor de raad. In het ontwerp stond dat personen die de leeftijd van 70 jaar hadden bereikt niet tot lid kunnen worden benoemd of herbenoemd. Sterker nog: voor “reeds benoemde of herbenoemde bestuursleden geldt dat hun lidmaatschap van het bestuur eindigt bij het bereiken van de 70-jarige leeftijd.”

Deze afgekeurde versie van de benoemingsprocedure over deze gestelde leeftijdsgrenzen werd in de nieuwe, oprichtingsstatuten van 21 december 1994 verbeterd. Bestuursleden worden in die nieuwe versie voor 4 jaar benoemd en zijn slechts 1x herbenoembaar voor eenzelfde periode. In totaal kan een bestuurslid nog maximaal 8 jaren deel uitmaken van het stichtingsbestuur. De leeftijdsgrenzen zijn uit de definitieve oprichtingsakte geschrapt.

Bij de behandeling in de gemeenteraad wordt in de vergadering van 7 april 1994 het besluit genomen tot het “oprichten van en deelnemen in de Stichting Kasteel Geldrop” Dit besluit wordt op 3 augustus 1994 goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant.

In de concept-oprichtingsstatuten (en later ook in de definitieve) van de stichting staat als doel ervan “het behoud en de instandhouding van het Kasteelcomplex Geldrop en het daarbij gelegen park als monument in de zin van de monumentenwet, waarbij de vormgeving van het gehele complex van rond 1870 uitgangspunt moet zijn, het geheel ten nutte van de Geldropse gemeenschap”

Het bestuur van de stichting zal moeten bestaan uit minimaal vijf meerderjarige leden. Van de bestuursleden zal er één lid afkomstig zijn uit het College van B&W van Geldrop en één lid uit de Stichting Brabantse Kastelen te Helvoirt.

Er worden nogal wat kwaliteiten c.q. deskundigheden gevraagd voor de overige bestuursleden.

Zo zijn er kwaliteiten gewenst op het gebied van algemeen bestuur, financieel economisch management, monumentenzorg, museum- en archiefwezen en t.a.v. zorg voor natuurwetenschappelijke waarde. Deze laatste kwaliteit werd geadviseerd in de betreffende raadsvergadering.

Wel staat in die zelfde oprichtingsakte dat “één bestuurslid wordt benoemd door het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente: uit haar midden”. Een ander bestuurslid moet worden benoemd “door het bestuur van de Stichting Brabantse Kastelen” De overige leden worden door het bestuur van de stichting benoemd.

Verder geldt dat het gehele personeelsbeleid (waaronder de functie-eisen, medische eisen, de aanstellingseisen en de bezoldigingsregeling van personeel dat in dienst van de stichting komt, moeten worden vastgesteld door het bestuur, maar onder goedkeuring van burgemeester en wethouders van Geldrop.

Voorts zullen de jaarlijkse begroting en de eventuele wijzigingen daarop ter goedkeuring worden voorgelegd aan het College van B&W van Geldrop. Verder moet het bestuur bij monde van de penningmeester volledige rekening en verantwoording afleggen over inkomsten en uitgaven van de stichting, inclusief het verslag over de financiële zaken. Dit verslag dient te worden vergezeld door een rapport van een registeraccountant.

Belangrijk in de overeenkomst zijn de artikelen over de exploitatie van het kasteelcomplex, over de vaste gebruikers, vaste bewoners, het personeel en de toezegging van een gemeentelijke bijdrage aan de exploitatiekosten.


Hieronder een korte, samenvattende opsomming.

  • De stichting blijft vooralsnog gebruik maken van de gemeentelijke overheadfuncties zoals de personeelsadministratie, de financiële administratie c.s.
  • Geen verplichte winkelnering v.w.b. onderhoudswerkzaamheden
  • De stichting neemt de opstallen over tegen de gecorrigeerde verzekeringswaarde, c.q. de historische uitgaafprijs i.c. fl. 2.538.648,=
  • Het beheer van het park blijft in handen van de gemeente
  • Het echtpaar Snippe (het echtpaar dat als beheerders is aangesteld, blijft in dienst van de gemeente en wordt uitgeleend. Na pensionering van dhr Snippe worden de taken overgenomen door een fulltime beheerder (rang 4).
  • De taken van de bij het kasteel gedetacheerde heer Van Asten vervallen i.v.m. diens pensionering
  • De stichting zal een directeur aantrekken (max. rang 10)
  • Loon- en prijsontwikkeling stellen op 0%

Daarnaast zijn er enkele aanpassingen en verbouwingen nodig, met o.a. de uitbreiding/verbetering van keuken/toiletten, inrichting van een goede kantoorruimte en uitbreiding van een multifunctionele expositieruimte, met het gebruik van de Gildekamer, verbeteren en toegankelijk maken van de zolder, restauratie van de kassen en de orangerie.

Op 7 april 1996 besluit de raad van de gemeente Geldrop tot overdracht en levering van het kasteelcomplex aan de Stichting Kasteel onder de volgende voorwaarden

OVERDRACHT.

Op 30 december 1996 vindt met de Notariële Akte van Levering de verkoop door de gemeente aan de Stichting Kasteel plaats. Er is een symbolische koopprijs van fl. 1,= overeengekomen. Bij de overdracht worden alle rechten en plichten een verantwoordelijkheid van het bestuur van de stichting kasteel.

De exploitatie van het kasteelcomplex moet worden behouden en in stand gehouden als monument in de zin van de monumentenwet, waarbij de vormgeving van het gehele complex van rond 1870 uitgangspunt moet zijn. De exploitatie zal geheel ten nutte van de Geldropse gemeenschap moeten zijn.

Bij de exploitatie gelden de volgende randvoorwaarden:

Diners en (koude) buffetten mogen slechts voor maximaal 60 personen worden gehouden.

Concerten voor maximaal 100 personen

Recepties tot maximaal 100 bezoekers, géén openbaar karakter en alléén op uitnodiging

Overige activiteiten dienen qua aantal zijn afgestemd op de beschikbare ruimten in het kasteel. Maar dat niet alleen, sterker geldt dat de activiteiten óók moeten zijn afgestemd op de doelstelling en het karakter van het kasteelcomplex.

Er wordt bij de overdracht ook gewag gemaakt van vaste gebruikers van het kasteel. Op de eerste plaats is dat de gemeente t.b.v. een (onbeperkt) aantal huwelijksvoltrekkingen. Daarvoor worden er door de stichting geen kosten in rekening gebracht. Bovendien mogen de huwelijksvoltrekkingen niet worden verstoord of gestoord door andere activiteiten op het kasteelcomplex.

De gemeente kan, zo lang ze voor haar daarvoor een taak ziet, acht keer “om niet” (=gratis) per kalenderjaar acht exposities in de daarvoor bestemde expositieruimte organiseren.

De gemeente kan ook voor andere door haar gewenste incidentele activiteiten (bijv. uitreiking van onderscheidingen) gratis gebruik maken van het kasteelcomplex. De stichting zal daaraan eveneens gratis haar medewerking verlenen.

Naast de gemeente zal ook 1x per maand o.m. de Stichting Strabrecht Theater zonder dat daarvoor door de Stichting kosten in rekening worden gebracht, een koffieconcert in de Trouwzaal mogen verzorgen. De Heemkundevereniging en de gezamenlijke gilden krijgen vooral het gebruik van de “Oudheidkamer” en de daaronder gelegen kelderruimte. In overleg met de stichting zullen zij het beheer voeren over de aldaar aanwezige inventaris, inboedel en kostbaarheden.

Het Instituut Voor Natuurbescherming (I.V.N.) continueert het gebruik van de “Paardenstal” totdat de boerderij bij de ingang Helze, is ingericht t.b.v. de activiteiten van het I.V.N. vanaf dat moment krijgt het I.V.N. het gebruik van bedoelde boerderij. Het I.V.N. zal ook kosteloos rondleidingen over het kasteelcomplex mogen verzorgen.

De Stichting Ander Werk houdt t.b.v. haar activiteiten voor de Kinderboerderij het gebruik van het gebouw en weide aan de kant van de Mierlose weg. Ook kan de Stichting Ander Werk de activiteiten m.b.t. de ecologische groentetuin voortzetten. De oppervlakten die daartoe door de Stichting Ander Werk in gebruik zijn dienen voor die groentetuin gewaarborgd zijn.

De eerder afgegeven waarborgen voor de bewoners in de panden Mierloseweg resp. 1, 3 en 5 blijven gehandhaafd.

Verder is onder het hoofdstuk Inventaris een onderscheid gemaakt van datgene wat door de gemeente “om niet” aan de Stichting Kasteel wordt overgedragen met dien verstande dat de Stichting Kasteel alles met de “lusten en de lasten” , waaronder adequate verzekeringen zal overnemen. Van deze overdracht zijn een aantal zaken uitgesloten , o.a. de schilderijencollectie van Teun Gijssen e.a., het gilde zilver en attributen van de Gilden.

De stichting kasteel zal jaarlijks na goedkeuring door B&W van een door de stichting kasteel goedgekeurde begroting door de gemeente een exploitatiebijdrage worden verleend. B&W van Geldrop kunnen nadere voorwaarden stellen m.b.t. exploitatie en beheer.

Voor het beheerdersechtpaar geldt dat ze voor het sluiten van huwelijken, de koffieconcerten, de exposities van de gemeente, de oudheidkamer en incidentele activiteiten van de gemeente verantwoordelijkheid blijven dragen.

De opvolgers van deze twee functionarissen komen in dienst van de stichting kasteel.

In geval van ontbinding/liquidatie van de stichting kasteel zal het kasteelcomplex en de daarbij behorende inboedel/inventaris en kostbaarheden weer eigendom worden van de gemeente zonder dat daar een vergoeding door de gemeente tegenover staat.

Al met al kan men zeggen dat na die 30e december 1996 de Stichting Kasteel Geldrop definitief haar plaats in Geldrop heeft verworven.

Dit neemt niet weg dat er na deze datum nog menige verandering zijn beslag vindt, maar daarover zal ik u nader informeren in volgende nieuwsbrieven.

 

Ton Klumper

^ Naar boven