Van een kasteel in Geldrop tot Stichting Kasteel Geldrop

 

Men hoort vaak dat ambtelijke molens langzaam draaien, maar dat dit niet anders zou kunnen om welke reden dan ook.

Het is natuurlijk ook niet “niks” wanneer je als lokale overheid, lees de gemeente Geldrop (later : Geldrop-Mierlo) een landgoed met een echt kasteel onder je beheer hebt. De kosten die je daarvoor moet maken zijn of worden zó hoog dat je die verantwoordelijkheden nu, maar vooral ook in de toekomst, niet meer kunt waar maken. Het is immers zo dat je al heel veel verantwoordelijkheden hebt (of hebt gekregen) die je met de bestaande financiële middelen en met de dan aanwezige mensen moet uitvoeren.

Naast de financiële reden is er een andere belangrijke reden waarom je de verantwoordelijkheid voor een landgoed mèt kasteel moeilijk ècht waar kunt maken. En dat is het feit dat een gemeentelijke organisatie, een beleids- en bestuursorganisatie is waarin de noodzakelijke kennis en ervaring niet, niet precies of niet langer aanwezig zijn. Het beheer, onderhoud, restauratie en verfraaiing van een kasteel vergen specifieke kennis en ervaring in die sector, vergezeld van nodige visie, initiatieven en activiteiten van de kasteeleigenaar. En dat zijn geheel andere kwaliteiten dan die van een gemeentelijke, ambtelijke organisatie. Daarbij zou je in heel grote lijnen kunnen zeggen dat het bij een gemeente gaat om het “algemene en collectieve” en bij een landgoed en kasteel om het “specifieke en bijzondere”

Hoezeer een landgoed met kasteel een dorp of stad ook “siert en opfleurt”, de bestuurders van die gemeente zullen een weg moeten vinden om de nodige kennis, capaciteiten en ervaring te verwerven om verantwoord dat kasteel in de gemeente te handhaven en een functie voor de gemeenschap te laten behouden. En dat kost veel geld…….

In veel gevallen wordt er dan teruggegrepen op de verandering of uitbreiding van de bestemming en functie van het landgoed in de samenleving. Daarvoor zijn een aantal mogelijkheden die onder de zeer brede noemer van privatisering kunnen worden uitgevoerd of het landgoed met kasteel een (geheel) andere bestemming te geven.

In het geval van kasteel Geldrop is ook gekozen voor privatisering, namelijk de overdracht van gebouwen en terreinen naar een aparte, private stichting: de Stichting Landgoed Kasteel Geldrop.

In deze bijdrage wil ik de gang van zaken in het proces van het kasteel in gemeentelijk bezit naar eigendom van de Stichting landgoed Kasteel Geldrop eens onder de loep nemen.

De START

Het proces begon triest genoeg met de dood van douairière Barones Carolina F.H. van Tuyll van Serooskerken – Quarles van Ufford op 17 november 1972. Ingevolge het toen bestaande erfrecht vervielen de eigendommen aan haar drie zonen. Zij hadden met het gezin en later alleen met hun moeder lang in Geldrop in het kasteel gewoond.

Op 28 juni 1974 werd het kasteel voor ruim 1 miljoen gulden verkocht aan de Gemeente Geldrop die, getuige de notariële akte werd vertegenwoordigd door de toenmalige burgemeester Mr. F.J.J. van Lanschot die het eerdere raadsbesluit van 12 februari 1974 over de aankoop uitvoerde. Dat besluit is goedgekeurd op 24 april later in dat jaar door de Gedeputeerde Staten van Noord Brabant.

Bij deze transactie springen een paar dingen in het oog.

  1. Essentieel voor de verdere gang van zaken en positie van ons kasteel in Geldrop is de eis dat de bestemming van het landgoed openbaar moest blijven en vooral niet commercieel. Er mocht dus geen nieuwbouw op worden gepleegd of een grote parkeergelegenheid worden gevestigd en je mocht voor de toegang geen entreegeld heffen. Verder moest het kasteelcomplex worden beschouwd als landgoed in de zin van de Natuurschoonwet van 1928 en werd het een beschermd monument. Deze twee kwalificaties zijn van belang geweest voor de gemeente en later voor de Stichting Kasteel. Op grond daarvan verkreeg ons kasteel vrijstelling van overdrachtsbelasting.
  2. Belangrijk waren ook de artikelen die over de bewoning van een tweetal huizen op het kasteelterrein gingen. Het pand aan de Mierloseweg 3 werd bewoond door de heer A.van Wijgerden met het recht daar gratis te blijven wonen tot zijn dood, en vervolgens staat er in de akte: “Indien de gemeente dit pand door hem wil laten ontruimen, zal aan hem een andere woning door de gemeente moeten worden toegewezen, waarin dit recht van gratis bewoning ook zal moeten gelden”
  3. Aan de huurder van pand Mierloseweg 5, de heer J. van Hoof, werd in overdrachtsakte beloofd dat, indien de woning zou (moeten) worden ontruimd, de gemeente hem een andere, geschikte huurwoning zou moeten toewijzen.
  4. Opmerkelijk tot slot is ook dat “de schoorsteen in de eetkamer niet in deze verkoop is begrepen en door de verkopers zal worden verwijderd”. En dat is tot op de dag van vandaag zo gebleven.

N.B. Het ging om het “Witje” in de eetkamer, nu de blauwe kamer. Het witje is nog steeds één van de interessante aspecten uit ons kasteel. Het is apart verkocht en hangt nog steeds in de blauwe kamer. De schouw is dus niet verwijderd door de verkopers……. Gelukkig maar ! (TK)

Bij de aankoop resp. verkoop van het gehele kasteelcomplex stond het volgende doel de gemeente en ook de familie Van Tuyll van Serooskerken voor ogen: het behoud van het gehele kasteelcomplex ten dienste en ten nutte van de Geldropse gemeenschap in een openbare, niet commerciële sfeer.

 

DE GEMEENTE AAN HET ROER

Na 1974 en in de daarop volgende jaren werd het kasteel gerestaureerd en het park werd gerenoveerd. Door en via de gemeente werd het kasteelcomplex beheerd en werden er diverse activiteiten ondergebracht:

*huwelijksvoltrekkingen, ontvangsten, vergaderingen, exposities, koffieconcerten

*gebruikers waren de gilden en de heemkundekring (oudheidkamer)

* de bijgebouwen werden gebruikt door gemeentepersoneel en -diensten, natuurinformatiecentrum “De Paardenstal”, het IVN, Kinderboerderij.

Opmerkelijk was ook het gebruik van de Orangerie en de kassen door een de Afdeling Groenvoorzieningen van de gemeente. Die afdeling was, wat ons kasteel betreft, verantwoordelijk voor de kasteeltuin en park.

Daartoe was er ook de tuingroep van de Stichting Ander Werk die werd gesubsidieerd door de gemeente.

 

COMMISSIES EN NOTA’s

Voor het beleid en beheer was er sinds 1974 een projectgroep onder voorzitterschap van de burgemeester verantwoordelijk. Die projectgroep bestond uit vertegenwoordigers van diverse afdelingen en disciplines van de ambtelijke organisatie van de gemeente. Deze situatie is tot 1982 gehandhaafd. In dat jaar is de eindverantwoordelijkheid voor het gebouw belegd bij de Afdeling Interne Zaken van de gemeente. Voor overige aspecten van het totale landgoed werden andere afdelingen van de gemeente verantwoordelijk. Voorts werd in 1982 de Commissie Beeldende Kunstbeleid in het leven geroepen, vooral omdat een collectie van de schilder Teun Gijssen in het kasteel werd ondergebracht. Die commissie werd verantwoordelijk om “uitingen en aspecten van de beeldende kunst” toegankelijk te maken voor “brede lagen van de bevolking en dat de betrokkenheid daartoe wordt gestimuleerd”. Tevens adviseerde die commissie t.a.v. kunstexposities in het kasteel.

Het behoeft geen betoog dat het beleid en beheer van het kasteel en het park in deze “wirwar” van gebruikers en verantwoordelijken weinig samenhang en richting vertoonde.

Daarnaast kwam de exploitatie van het kasteel in de loop van de jaren uit op een verlies dat volgens de begroting van 1994 dan op zou lopen tot fl. 413.427,= Vandaar dat er in mei 1989 een nota met “Knelpunten” en “Aanbevelingen” verscheen over het kasteelcomplex.

Belangrijkste knelpunten waren:

  • Het ontbreken van zowel een centraal beleidspunt als een overleggroep
  • Het ontbreken van een overlegstructuur voor de gebruikers
  • Het ontbreken van diverse voorzieningen, die mede voor bezoekers van belang zijn.
  • Het ontbreken van een financieel/zakelijk beleid binnen de mogelijkheden uit het koopcontract van 1974
  • Het isolement van het landgoed, zowel fysiek (alleen bereikbaar via drukke wegen) als in de zin van promotie naar buiten.

Aanbevelingen t.a.v. de knelpunten:

  • Aanstelling van één functionaris voor een centrale coördinatie en advisering, bijgestaan door een permanent overlegorgaan (samen: de commissie) Dat overlegorgaan moet bestaan uit vertegenwoordigers uit diverse disciplines en heeft als doel het beheer en de coördinatie van het in stand houden en/of verbeteren van het kasteelcomplex. Frequentie van vergaderen van de commissie: 1x per kwartaal.
  • De overlegstructuur voor de gebruikers zal één keer per jaar door de commissie moeten worden gevoerd.
  • Advies om in de bedrijfsvoering een kostenplaats “Kasteel” in te stellen.
  • Verdere aanpassingen van het gebouw zoals o.a. entree en sanitaire voorzieningen, huishoudelijke voorzieningen.
  • Verkoop voorlichtingsmateriaal, beperkt restaurant, exposities voor derden, verhuur ruimtes.
  • Bereikbaarheid opnemen in recreatieve fietsroutes en wandelpaden
  • Isolement in de zin van promotie: promoting groep samenstellen via gemeente (voorlichting en juridische zaken)met vertegenwoordiging van VVV, Middenstand Geldrop en Weverijmuseum.

 

In juni 1991 verscheen van de commissie een soort vervolgnota op die van 1989, een evaluatierapport van de eerste jaren zou je kunnen zeggen. De commissie pleitte voor voortzetting van het huidige type gebruik van het kasteelcomplex. Er werd eigenlijk maar één aspect grondig aangepast. Vanwege de vele aanvragen voor het houden van recepties, vergaderingen, cursussen en diners is ontheffing gevraagd van de voorwaarde bij verkoop dat er geen commerciële exploitatie zou plaats vinden op het kasteelcomplex. De familie Van Tuyll heeft die ontheffing verleend met dien verstande dat het karakter van het kasteel in ere moest gelaten en worden voldaan aan de condities voor instandhouding van het monument.

Voor het overige bestonden de aanbevelingen uit aanpassingen, verbeteringen c.q. uitbreiding van de bestaande faciliteiten en voorzieningen en verhoging van de efficiency van het gebruik.

 

DE WEG NAAR PRIVATISERING

Echter nog steeds heeft de gemeente het “voor het zeggen” en het functioneren van het complex wordt gedomineerd en geleid door gemeentelijke instanties en functionarissen.

De gang naar een of andere vorm van privatisering wordt pas ingezet na april 1992, als de werkgroep Kasteel 1990-1992 is ingesteld onder voorzitterschap van de heer Ir. C.(Cees) Kooy en die werkgroep een eindrapport uitbrengt. Dit eindrapport behandelt de situatie t/m mei 1993.

De werkgroep Kasteel heeft haar adviezen vooral ook gebaseerd op een aantal min of meer intensieve gesprekken met, wat genoemd wordt “de gebruikers”.
Het gebruik en het beheer van het landgoed en kasteel is dan doorgelicht.

Het landgoed, zo staat in het rapport, behoeft geen “radicaal ander gebruik” en daarom pleit de werkgroep voor “voortzetting van het huidige gebruik”

De werkgroep vindt dat voor verhuur van de accommodatie t.b.v. “feestvergaderingen, recepties, ontvangsten, diners, e.d.” aan de gebruikers best een commercieel tarief mag worden gevraagd, zij het dat de verhuur met inachtneming van stringente vastgestelde regels zou moeten geschieden.

Voor het kasteel geldt dat de trouwzaal, de blauwe kamer en de panoramazaal in dat verband meerwaarde bezitten en dat het kasteel “de potentiële huurder” iets bijzonderste te bieden heeft.

Sterker nog: “een unieke ambiance die haar gelijke in Geldrop niet kent.” Daarbij geldt nadrukkelijk dat “de verhuuractiviteiten overeen moeten stemmen met het karakter van het monument”

Wil dit allemaal optimaal functioneren dan zal er een heldere omschrijving van het aanbod nodig zijn. Maar dat niet alleen. Ook is er dan behoefte aan een duidelijke prijsstelling, een inzichtelijk verhuurbeleid en een passende organisatie.

Om dit laatste, de passende organisatie, te bereiken komt de werkgroep met een min of meer verrassende aanbeveling, een “duidelijke ombuiging” van het beheer. Het advies daarover luidt om “het kasteel onder te brengen in een Stichting met een Stichtingsbestuur en een beheerder/ondernemer als uitvoerder, rapporterend aan dit bestuur”. Die constructie moet leiden tot “verbetering van kwaliteit en efficiënte exploitatie”

De gemeente stelt de heer A.J. Snippe en mevrouw L.L.J. Snippe-Aalderink aan als beheerdersechtpaar en leent dit paar uit (detacheert) aan een nog op te richten stichting, Stichting Kasteel Geldrop.

De relatie Kasteel en de gemeente wordt vooralsnog versmald tot een zogeheten Dienstcontract onder verantwoording van de directeur Middelen en Ondersteuning van de gemeente

In dat contract zijn taak- en outputdoelstellingen voor de kasteelorganisatie beschreven.

De privatisering van de Stichting Kasteel is daarmee in volle gang gezet.

 

DE OVERDRACHT VAN DE GEMEENTE AAN DE STICHTING KASTEEL

Op 9 september 1993 is een voorstel van B&W aan de orde om de exploitatie van het kasteelcomplex aan de inmiddels nog niet officieel opgerichte stichting “Kasteel Geldrop”. Dat voorstel wordt gedeeltelijk aangenomen en gedeeltelijk teruggenomen. In de bij het voorstel gevoegde concept-statuten en concept-overdrachtsovereenkomst zaten nog elementen die een bezwaar vormden voor de raad. Belangrijke zwakheid in personeelsparagraaf vond de raad dat eenmaal benoemde bestuursleden tot in lengte van jaren bestuurslid konden blijven. “Ondemocratisch” zo oordeelde de toenmalige raad. Ook de gestelde leeftijdsgrens van 70 jaar was een struikelblok voor de raad. In het ontwerp stond dat personen die de leeftijd van 70 jaar hadden bereikt niet tot lid kunnen worden benoemd of herbenoemd. Sterker nog: voor “reeds benoemde of herbenoemde bestuursleden geldt dat hun lidmaatschap van het bestuur eindigt bij het bereiken van de 70-jarige leeftijd.”

Deze afgekeurde versie van de benoemingsprocedure over deze gestelde leeftijdsgrenzen werd in de nieuwe, oprichtingsstatuten van 21 december 1994 verbeterd. Bestuursleden worden in die nieuwe versie voor 4 jaar benoemd en zijn slechts 1x herbenoembaar voor eenzelfde periode. In totaal kan een bestuurslid nog maximaal 8 jaren deel uitmaken van het stichtingsbestuur. De leeftijdsgrenzen zijn uit de definitieve oprichtingsakte geschrapt.

Bij de behandeling in de gemeenteraad wordt in de vergadering van 7 april 1994 het besluit genomen tot het “oprichten van en deelnemen in de Stichting Kasteel Geldrop” Dit besluit wordt op 3 augustus 1994 goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant.

In de concept-oprichtingsstatuten (en later ook in de definitieve) van de stichting staat als doel ervan “het behoud en de instandhouding van het Kasteelcomplex Geldrop en het daarbij gelegen park als monument in de zin van de monumentenwet, waarbij de vormgeving van het gehele complex van rond 1870 uitgangspunt moet zijn, het geheel ten nutte van de Geldropse gemeenschap”

Het bestuur van de stichting zal moeten bestaan uit minimaal vijf meerderjarige leden. Van de bestuursleden zal er één lid afkomstig zijn uit het College van B&W van Geldrop en één lid uit de Stichting Brabantse Kastelen te Helvoirt.

Er worden nogal wat kwaliteiten c.q. deskundigheden gevraagd voor de overige bestuursleden.

Zo zijn er kwaliteiten gewenst op het gebied van algemeen bestuur, financieel economisch management, monumentenzorg, museum- en archiefwezen en t.a.v. zorg voor natuurwetenschappelijke waarde. Deze laatste kwaliteit werd geadviseerd in de betreffende raadsvergadering.

Wel staat in die zelfde oprichtingsakte dat “één bestuurslid wordt benoemd door het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente: uit haar midden”. Een ander bestuurslid moet worden benoemd “door het bestuur van de Stichting Brabantse Kastelen” De overige leden worden door het bestuur van de stichting benoemd.

Verder geldt dat het gehele personeelsbeleid (waaronder de functie-eisen, medische eisen, de aanstellingseisen en de bezoldigingsregeling van personeel dat in dienst van de stichting komt, moeten worden vastgesteld door het bestuur, maar onder goedkeuring van burgemeester en wethouders van Geldrop.

Voorts zullen de jaarlijkse begroting en de eventuele wijzigingen daarop ter goedkeuring worden voorgelegd aan het College van B&W van Geldrop. Verder moet het bestuur bij monde van de penningmeester volledige rekening en verantwoording afleggen over inkomsten en uitgaven van de stichting, inclusief het verslag over de financiële zaken. Dit verslag dient te worden vergezeld door een rapport van een registeraccountant.

Belangrijk in de overeenkomst zijn de artikelen over de exploitatie van het kasteelcomplex, over de vaste gebruikers, vaste bewoners, het personeel en de toezegging van een gemeentelijke bijdrage aan de exploitatiekosten.


Hieronder een korte, samenvattende opsomming.

  • De stichting blijft vooralsnog gebruik maken van de gemeentelijke overheadfuncties zoals de personeelsadministratie, de financiële administratie c.s.
  • Geen verplichte winkelnering v.w.b. onderhoudswerkzaamheden
  • De stichting neemt de opstallen over tegen de gecorrigeerde verzekeringswaarde, c.q. de historische uitgaafprijs i.c. fl. 2.538.648,=
  • Het beheer van het park blijft in handen van de gemeente
  • Het echtpaar Snippe (het echtpaar dat als beheerders is aangesteld, blijft in dienst van de gemeente en wordt uitgeleend. Na pensionering van dhr Snippe worden de taken overgenomen door een fulltime beheerder (rang 4).
  • De taken van de bij het kasteel gedetacheerde heer Van Asten vervallen i.v.m. diens pensionering
  • De stichting zal een directeur aantrekken (max. rang 10)
  • Loon- en prijsontwikkeling stellen op 0%

Daarnaast zijn er enkele aanpassingen en verbouwingen nodig, met o.a. de uitbreiding/verbetering van keuken/toiletten, inrichting van een goede kantoorruimte en uitbreiding van een multifunctionele expositieruimte, met het gebruik van de Gildekamer, verbeteren en toegankelijk maken van de zolder, restauratie van de kassen en de orangerie.

Op 7 april 1996 besluit de raad van de gemeente Geldrop tot overdracht en levering van het kasteelcomplex aan de Stichting Kasteel onder de volgende voorwaarden

OVERDRACHT.

Op 30 december 1996 vindt met de Notariële Akte van Levering de verkoop door de gemeente aan de Stichting Kasteel plaats. Er is een symbolische koopprijs van fl. 1,= overeengekomen. Bij de overdracht worden alle rechten en plichten een verantwoordelijkheid van het bestuur van de stichting kasteel.

De exploitatie van het kasteelcomplex moet worden behouden en in stand gehouden als monument in de zin van de monumentenwet, waarbij de vormgeving van het gehele complex van rond 1870 uitgangspunt moet zijn. De exploitatie zal geheel ten nutte van de Geldropse gemeenschap moeten zijn.

Bij de exploitatie gelden de volgende randvoorwaarden:

Diners en (koude) buffetten mogen slechts voor maximaal 60 personen worden gehouden.

Concerten voor maximaal 100 personen

Recepties tot maximaal 100 bezoekers, géén openbaar karakter en alléén op uitnodiging

Overige activiteiten dienen qua aantal zijn afgestemd op de beschikbare ruimten in het kasteel. Maar dat niet alleen, sterker geldt dat de activiteiten óók moeten zijn afgestemd op de doelstelling en het karakter van het kasteelcomplex.

Er wordt bij de overdracht ook gewag gemaakt van vaste gebruikers van het kasteel. Op de eerste plaats is dat de gemeente t.b.v. een (onbeperkt) aantal huwelijksvoltrekkingen. Daarvoor worden er door de stichting geen kosten in rekening gebracht. Bovendien mogen de huwelijksvoltrekkingen niet worden verstoord of gestoord door andere activiteiten op het kasteelcomplex.

De gemeente kan, zo lang ze voor haar daarvoor een taak ziet, acht keer “om niet” (=gratis) per kalenderjaar acht exposities in de daarvoor bestemde expositieruimte organiseren.

De gemeente kan ook voor andere door haar gewenste incidentele activiteiten (bijv. uitreiking van onderscheidingen) gratis gebruik maken van het kasteelcomplex. De stichting zal daaraan eveneens gratis haar medewerking verlenen.

Naast de gemeente zal ook 1x per maand o.m. de Stichting Strabrecht Theater zonder dat daarvoor door de Stichting kosten in rekening worden gebracht, een koffieconcert in de Trouwzaal mogen verzorgen. De Heemkundevereniging en de gezamenlijke gilden krijgen vooral het gebruik van de “Oudheidkamer” en de daaronder gelegen kelderruimte. In overleg met de stichting zullen zij het beheer voeren over de aldaar aanwezige inventaris, inboedel en kostbaarheden.

Het Instituut Voor Natuurbescherming (I.V.N.) continueert het gebruik van de “Paardenstal” totdat de boerderij bij de ingang Helze, is ingericht t.b.v. de activiteiten van het I.V.N. vanaf dat moment krijgt het I.V.N. het gebruik van bedoelde boerderij. Het I.V.N. zal ook kosteloos rondleidingen over het kasteelcomplex mogen verzorgen.

De Stichting Ander Werk houdt t.b.v. haar activiteiten voor de Kinderboerderij het gebruik van het gebouw en weide aan de kant van de Mierlose weg. Ook kan de Stichting Ander Werk de activiteiten m.b.t. de ecologische groentetuin voortzetten. De oppervlakten die daartoe door de Stichting Ander Werk in gebruik zijn dienen voor die groentetuin gewaarborgd zijn.

De eerder afgegeven waarborgen voor de bewoners in de panden Mierloseweg resp. 1, 3 en 5 blijven gehandhaafd.

Verder is onder het hoofdstuk Inventaris een onderscheid gemaakt van datgene wat door de gemeente “om niet” aan de Stichting Kasteel wordt overgedragen met dien verstande dat de Stichting Kasteel alles met de “lusten en de lasten” , waaronder adequate verzekeringen zal overnemen. Van deze overdracht zijn een aantal zaken uitgesloten , o.a. de schilderijencollectie van Teun Gijssen e.a., het gilde zilver en attributen van de Gilden.

De stichting kasteel zal jaarlijks na goedkeuring door B&W van een door de stichting kasteel goedgekeurde begroting door de gemeente een exploitatiebijdrage worden verleend. B&W van Geldrop kunnen nadere voorwaarden stellen m.b.t. exploitatie en beheer.

Voor het beheerdersechtpaar geldt dat ze voor het sluiten van huwelijken, de koffieconcerten, de exposities van de gemeente, de oudheidkamer en incidentele activiteiten van de gemeente verantwoordelijkheid blijven dragen.

De opvolgers van deze twee functionarissen komen in dienst van de stichting kasteel.

In geval van ontbinding/liquidatie van de stichting kasteel zal het kasteelcomplex en de daarbij behorende inboedel/inventaris en kostbaarheden weer eigendom worden van de gemeente zonder dat daar een vergoeding door de gemeente tegenover staat.

Al met al kan men zeggen dat na die 30e december 1996 de Stichting Kasteel Geldrop definitief haar plaats in Geldrop heeft verworven.

Dit neemt niet weg dat er na deze datum nog menige verandering zijn beslag vindt, maar daarover zal ik u nader informeren in volgende nieuwsbrieven.

 

Ton Klumper

^ Naar boven